Titel (NL)
: De prooien van de vulkaan
Volgnummer
: 14
Tekenaar
: Jacques Martin
Schrijver
: Jacques Martin
I.S.B.N.
: 9030-33014-7
Eerste druk
: 1978
Uitgeverij
: Uitgeverij Casterman
Orig. Titel
: Les proies du volcan
Door muiterij worden Alex en Enak op een schijnbaar onbewoond eiland afgezet. Ze beginnen dadelijk met het bouwen van een kamp en een vlot. Alles verloopt vlot tot ze op een avond een vaag geluid horen. In de verte zien ze duidelijk de lichtflikkeringen van een groot vuur. Het is echter te ver om er naar toe te gaan en ze besluiten te gaan slapen. Niet lang echter want enkele uren later worden ze bruusk uit hun slaap gehaald door gebonk op de deur. Malua, een mooie jonge inboorlinge staat in paniek voor de deur en vraagt om hulp.

Ze is haar stam ontvlucht omdat deze haar wou offeren aan de vulkaangod. Alex, die huiden nodig heeft om een zeil te maken voor het vlot, gaat het geval onderzoeken en worden door het stamhoofd ontvangen. Alles lijkt in kannen en kruiken tot ze 's morgens door het stamhoofd zonder enige verklaring uit het dorp gezet worden. Alex en Enak vertrouwen het niet en kijken samen met Malua vanaf een hoge heuvel naar het dorp. Vanop afstand zien ze hoe de jonge dorpsbewoners weggevoerd worden door Phoeniciërs. Wellicht worden ze door deze mannen in de bewoonde wereld als slaven verkocht.

Alex en Enak grijpen in. Samen met enkele mannen van de stam slagen ze erin om de slavenhandelaars van het eiland te drijven. Het dorp en zijn bewoners zijn gered, en onze twee vrienden kunnen het eiland op hun vlot verlaten. Ze krijgen eten en drinken van de inboorlingen. Er wacht hen enkel nog het ruime sop.