Titel (NL)
: De toren van Babel
Volgnummer
: 16
Tekenaar
: Jacques Martin
Schrijver
: Jacques Martin
I.S.B.N.
: 9030-33016-3
Eerste druk
: 1981
Uitgeverij
: Uitgeverij Casterman
Orig. Titel
: La tour de Babel
We ontmoeten Alex en Enak in Jeruzalem waar ze een geheime ontmoeting hebben met Hiram Khal. Deze vraagt hen om mee te gaan naar Zür-Bakal. Het land van Koning Oribal, die hen dringend nodig heeft. Ze gaan samen met een karavaan op weg maar ze worden op de voet gevolgd door een man de volledig in het zwart is gekleed.

Tijdens hun tocht leren ze Marah kennen en nemen haar mee op hun tocht. Na een tijdje komen ze te weten dat het meisje over toverkrachten beschikt en dat die wel eens van pas zouden komen tijdens hun lange reis. Het viertal komt aan in Babylon, één van de wereldwonderen, waar in ze in een herberg hun escorte zouden treffen. De volgende ochten maakt de man in het zwart voor het eerst openlijk contact. Hij vraagt aan Alex om die avond naar de Ziggurat van Babel te komen. Daar laat de man zijn ware gelaat zien. Het is Adrocles, de tweelingbroer van de ondertussen gestorven Arbacès. Hij vraagt Alex en Enak om niet naar Zür-Bakal te gaan omdat hij hen anders moet doden.
Wanneer de twee vrienden enkele dagen later terugkeren naar de Ziggurat om Adrocles van antwoord te dienen, doen ze een gruwelijke ontdekking. Ze vinden het hoofd van Oribal, gewikkeld in een linnen doek.

Hiram Khal, Marah, Enak en Alex zetten de achtervolging op Adrocles in en wanneer ze hem gevonden hebben dwingt Alex hem om het hoofd te begraven. Als Alex en Arbacès' broer even uit het zicht verdwijnen wordt Marah echter ongerust en begint ze te lopen in de richting van beide mannen. Helaas trapt ze hierbij op enkele slangen en wordt ze dodelijk gebeten. Zwaar aangeslagen besluiten alle mannen hun eigen weg te gaan. In ieder geval heeft het geen zin meer om verder te reizen naar het land van de dode koning.