Titel (NL)
: Het was in Khorsabad
Volgnummer
: 25
Tekenaar
: Cédric Hervan
Schrijver
: François Maingoval
I.S.B.N.
: 9030-33050-3
Eerste druk
: 2006
Uitgeverij
: Uitgeverij Casterman
Orig. Titel
: C'était à Khorsabad
Koning Orodes van Syrië heeft Alex als boezemvriend van Caesar uitgenodigd in zijn paleis. Alex ziet er zijn oude vriend Surena terug. Samen halen ze oude herinneringen op over de tijd die Alex jaren geleden doorbracht in Khorsabad. Surena weet Alex te vertellen dat de verwoeste stad terug wordt opgebouwd door ene Sargon. Een wreed en machtig despoot die zijn rijkdommen haalt uit de uitbading van teerputten waar hij vele slaven tewerkstelt. Hij laat Koning Orodes delen in de rijkdom waardoor hij ongestoord zijn gang kan gaan. Alex wil terugkeren naar de stad in de hoop er zijn zuster terug te vinden ondanks de gevaren waarvoor Surena hem waarschuwt en reeds de volgende ochtend gaan ze met een escorte op pad naar Khorsabad.

Als ze in de stad aankomen worden ze ontvangen door Sargon, de nieuwe vizier. Hij organiseert een banket ter ere van de twee Romeinse staatsburgers en tijdens het feest ontmoeten ze Curius Scevolla, een gewezen Centurion die instaat voor de bescherming van de teertransporten. Hij wil alles over Rome weten en is gecharmeerd door beide jongens.
Later, na het feest, wordt duidelijk dat zowel Alex als Enak gezien hebben dat Sargon in feite niemand anders is dan hun oude vijand Arbacès;. Ze besluiten dan ook om zo snel mogelijk de stad te verlaten maar wanneer ze 's ochtends vertrekken heeft de valse Visier goud in hun bagage gestoken waardoor ze van diefstal beticht worden. Arbacès wil hen ter plekke veroordelen en hen de ogen uitsteken maar dit wordt op het nippertje voorkomen door hun nieuwe vriend Scevolla die samen met de beide jongens veiliger oorden opzoekt. Ze willen de slaven van de teerputten bevrijden en tijdens deze aktie vindt Alex zijn oude vriend Claudius terug. Claudius is blind omdat hij ook kennis gemaakt heeft met de wrede praktijken van Sargon alias Arbacès die hem de ogen uitstak.

Alex en zijn gezellen gaan nu tot het uiterste en samen met enkele nomaden vallen ze de stad aan. Arbacès moet vluchten maar steekt eerst nog de vlam in de teerputten waarna hij naar Koning Orodes gaat met de melding dat Alex de putten in brand heeft gestoken. Alex kan dankzij de steun van zijn vriend Surena hem echter van het tegendeel overtuigen waarna een op wraak beluste Arbaès hem neersteekt.
Niet wetende van dit drama vertrekken Alex, Enak en Scevolla terug naar Rome.