Titel (NL)
: Het Etruskische Graf
Volgnummer
: 8
Tekenaar
: Jacques Martin
Schrijver
: Jacques Martin
I.S.B.N.
: 9030-33008-2
Eerste druk
: 1969
Uitgeverij
: Uitgeverij Casterman
Orig. Titel
: Le tombeau étrusque
Dit nieuwe avontuur begint op een hete zomerdag langs de oevers van een rivier. Alex, Enak en Octavius, het neefje van Julius Caesar worden net als ze willen weggaan door Lucius Valerius Sinner, een Romeins edelman, op wat eten getrakteerd. Dan gebeurt er iets wonderbaarlijks. Een adelaar scheert vlak langs Octavius en steelt een broodje uit zijn handen. Dan komt de adelaar terug en laat het broodje weer in de jongen zijn hand vallen om daarna in de zon te verdwijnen. Waarachtig een teken van de Goden dat Octavius onder hen bescherming staat.

Het doel van de reis is Lidia, de zuster van Octavius, en dus het nichtje van Julius Caesar. De tocht verloopt voorspoedig tot ze in de verte een boerderij zien branden. Ze zijn echter te laat. De boerderij werd geplunderd en ze ontdekken tot hun grote verontwaardiging dat er een kind op de brandstapel werd gezet. Wie zou zo'n gruwel kunnen voltrekken? Wanneer de drie vrienden wat later uit hun slaap worden gehaald door kreten, zien ze een nieuwe vuurgloed aan de horizon. Ze trekken onmiddellijk er op uit om hulp te bieden. Eens op de plaats van het onheil aangekomen merken ze dat een groep gemaskerde mannen bezig is om de een ander kind op de brandstapel te zetten. De drie jonge vrienden kunnen dit voorkomen en de mannen vluchten weg. De gemaskerde mannen zijn Molochisten. Vereerders van de wrede god Moloch-Baäl. De god die enkel tevreden is met kinderoffers.

Het voorval wordt vergeten en de tocht gaan zonder incidenten verder. Wanneer ze aankomen bij het huis van Tullius, de oom van Lidia en Octavius, blijkt er iets verschrikkelijks gebeurt. Claudius, de enige zoon van Tullius is spoorloos verdwenen en er wordt gevreesd dat hij in handen van de Molochisten is gevallen. Iedereen is ten einde raad. Tot Alex aanbiedt om de jongen te gaan zoeken. Brutus, de vriend van Tullius vindt dit echter geen goed idee. Hij kent de streek veel beter en belooft de jongen te zullen terugbrengen. Een daad die hij wil bedacht zien met de liefde en dankbaarheid van Lidia. Hij slaagt in zijn opzet en 's avonds is de jonge Claudius weer veilig bij zijn ouders.

Gezien de toestand in de streek vindt Alex het beter om naar Rome te vertrekken onder militaire begeleiding en ze vragen de ze aan Vesius Pollion, de perfect van de streek. Dit wordt hen echter geweigerd en ze moeten het er zonder escorte op wagen. Het duur niet lang of de Molochisten zitten hen op de hielen en na een lange achtervolging slagen de gemaskerde mannen erin om Lidia gevangen te nemen.
Alex laat zijn vriendin echter niet in de steek en kan de boosdoeners ongemerkt achtervolgen tot aan hun schuilplaats. Een oud Etrusken-graf. Hij wordt ontdenkt maar valt per ongeluk in door een geheim luik en kan zo aan zijn achtervolgers ontsnappen. Ondertussen is gebleken dat Brutus de grootmeester van de Molochisten is en dat hij Lidia wil redden van de offerdood. Hij laat het meisje in afwachting opsluiten maar het duurt niet lang of Alex kan haar bevrijden. Ze kunnen echter niet ongezien het gebouw verlaten en Alex laat het meisje achter in een geheime schatkamer. Alleen lukt hij er wel in om te ontkomen en om de autoriteiten te waarschuwen. Lidia wordt echter door de hogepriester ontdekt en weer gevangen genomen.

Alex trekt samen met een groep Romeinen naar het Etruskische graf en slaagt er al snel in de Molochisten te verslaan. Lidia is vrij en Brutus krijgt zijn verdiende loon wanneer hij door dezelfde adelaar als in het begin van het verhaal verminkt wordt. Als een beetje later dan ook nog eens Octavius, Heraklion en Lucius Valerius Sinner opduiken is de vreugde bij Alex groot.