Titel (NL)
: De poorten van de Hel
Volgnummer
: 5
Tekenaar
: Gilles Chaillet
Schrijver
: Jacques Martin
I.S.B.N.
: 90-303-3035-X
Eerste druk
: 1930
Uitgeverij
: Uitgeverij Casterman
Orig. Titel
: Les Portes de l'Enfer

Lefranc heeft Jean-Jean uitgenodigd voor een tocht met het vliegtuig over de bergen. Ze hangen nog maar net over de bergen of het vliegtuig krijgt motorproblemen. Lefranc slaagt er in om het toestel op de grond te zetten maar niet zonder zware schade. Ze zitten ver van de bewoonde wereld en net als Lefranc het niet meer ziet zitten wordt hij aangesproken door Lisa. Samen met haar herdershond werd ze door haar oma, Laura Lane gezonden om Jean-Jean en Guy te halen. De streek zou namelijk onveilig zijn rond dit tijdstip.
Als Guy kennis heeft gemaakt met de oude vrouw gaat hij terug naar het vliegtuig om te kijken of er nog iets uit gered worden maar tijdens zijn tocht ziet hij sporen van raketten in de lucht en hoort hij luide knallen van ontploffingen. Is het terug oorlog vraagt hij zich af en snelt terug naar de hut van zijn nieuwe vrienden.

Als de volledige vallei in een dikke nevel wordt gehuld kan Lefranc zijn nieuwsgierigheid niet meer bedwingen en samen met Jean-Jean gaat hij op onderzoek. Ze zijn ontsteld als blijkt dat de nevel zeer bijtend blijkt te zijn. Ze vrezen dat niemand dit heeft kunnen overleven. Laura zegt dat het gevaar nog niet geweken is en dat ze diep de grotten van de berg moeten afdalen. Daar wacht de mannen een verrassing. Opeens staan ze voor een grote deur die de oude vrouw de poorten van de hel noemt. Na de vierde poort krijgen ze te kampen met zo'n hitte dat ze allemaal flauw vallen. Als ze uiteindelijk bijkomen merken ze dat de hitte buiten de poorten zo hevig was dat het gesteente heeft doen smelten. Ze keren terug naar boven en vinden ondanks de hitte, de hut ongeschonden terug en merken dat het wrak van het vliegtuig is verdwenen. Welke krachten zijn hier aan het werk?

Lefranc krijgt eindelijk van de vrouw het verhaal te horen. Ze verteld hem dat in de middeleeuwen een vrede leenheer heerste over de streek en hoe diens rentmeester de geliefde van een van haar voorouders op de brandstapel bracht. De man sprak een vloek over het gebied uit, een vloek die blijkbaar tot op heden stand houdt. Als ze op een van de andere bergtoppen een vuur zien branden besluiten ze de berg te verlaten. Tijdens hun afdaling worden ze opgemerkt door een militaire helikopter en worden ze naar een militair kamp gebracht. Zal daar de waarheid aan het licht komen?