Titel (NL)
: Het principe van Heisenberg
Volgnummer
: 28
Tekenaar
: Régric
Schrijver
: Roger Seiter
I.S.B.N.
: 978-9030-37266-0
Eerste druk
: December 2017
Uitgeverij
: Uitgeverij Casterman
Orig. Titel
: Le principe d'Heisenberg

Een man is getuige van een driedubbele moord in de bossen van Brameloup. Hij wil getuigen over wat hij heeft gezien maar als commissaris Renard, die op vakantie is in de regio, hem naar huis wil brengen worden ze door een onbekende wagen van de weg gereden. Ze komen in een meertje terecht en hoewel de commissaris zich kan redden kan niet hetzelfde gezegd worden van zijn passagier. De man verdrinkt en omdat Renard voelt dat dit wel eens boven zijn petje kan gaan, roept hij de hulp van zijn oude vriend Lefranc in.

Het is al avond als Lefranc in Saint-Geniez-d'Olt aankomt. Hij is nog maar net in zijn hotel als zijn oude vriend Marco Di Angelo en diens collega Melanie Cardo hem uitnodigen voor het diner. Beiden zijn eveneens naar het dorp gekomen om voor hun krant verslag uit te brengen van de moorden. Tijdens het diner krijgt Lefranc telefoon van een bekende met instructies. Als hij enkele uren later het hotel verlaat en de instructies naleeft, wordt hij gevolgd door Melanie. Samen trekken ze naar de woning van Brigadier Didier Castenholz. Vooraleer hij de zaak moest afstaan aan een hogere politiedienst, leidde hij de onderzoeken. Melanie en Lefranc betreden het huis wanneer vanuit het niets een man opduikt en Lefranc een stevige kaakslag toedient. Later zou blijken dat hij op zoek was naar een steen die Castenholz had achtergehouden uit het bewijsmateriaal. De steen blijkt Monaziet te zijn en werd gevonden in de hand van de vermoorde vrouw.

Monaziet bevat Thorium en kan gebruikt worden om raketbranstof van de raffineren. Terwijl Lefranc in Rodez probeert het verband te leggen tussen het gesteente en de moorden laat onderzoeksrechter Reyes een huiszoeking uitvoeren waarbij het moordwapen wordt gevonden. Het bijl ligt onder het bed van een boerenknecht die na lang "aandringen" de moorden bekend.
Lefranc verneemt echter van zijn vriend Renard dat de drie slachtoffers eigenlijk waren neergeschoten en dus post-mortem met een bijl werden bewerkt. De knecht lijkt dus niets met de moorden te maken hebben en dus volgt Lefranc terug het Thorium spoor. Het brengt hem naar Edmond Lazare, een ingenieur die een nieuwe electriciteitscentrale wou bouwen ten nadele van de vervuilende kerncentrales. Omdat de nucleaire wereld hem boycotte wou hij overlopen naar het Oostblok om daar zijn wetenschappelijk werk verder te zetten. Twee van de vermoorde mensen waren agenten van de D.D.R. die hem moesten ophalen. Het ging echter mis toen de derde persoon kwam opdagen. Het was een agent van de Franse veiligheidsdienst die de opdracht had om de Duitser en Lazare uit te schakelen. Doot een stom toeval kon de ingenieur ontsnappen en sinds die dag leeft hij samen met zijn hond ondergedoken in een pastorij.
Lazara vertelt hem alles een zilvermijn waaruit het Monaziet afkomstig is en dan duikt de moordenaar op om de laatste puntjes weg te werken. Hij schiet Lazare neer maar diens hond en Renard kunnen de man verjagen. Lazare heeft het echter niet overleefd.

Nu Lefranc en commissaris Renard de ware dader kennen, zetten zij de jacht op hem in. Samen met Castenholz volgen zijn het spoor tot aan Royal Aubrac, een sanatorium dat jaren geleden de deuren sloot. Niet veel later staat Lefranc oog in oog met de killer en als de man de trekker wil overhalen wordt hij door de hond van Lazare aangevallen. Samen vallen ze door het raam naar buiten en storten ze naar beneden om 30 meter lager op de grond neer te storten. De hond heeft zijn baas gewroken en gerechtigheid is eindelijk geschied. Lefranc kan terugkeren naar Parijs en als Melanie hem staat op te wachten zal de terugreis waarschijnlijk wat minder eenzaam zijn.