Titel (NL)
: Asterix, de Galliër
Volgnummer
: 1
Tekenaar
: Albert Uderzo
Schrijver
: René Goscinny
I.S.B.N.
: 90-6793-013-X
Eerste druk
: 1961
Uitgeverij
: Dargaud Uitgeverij
Orig. Titel
: Astérix
In dit eerste verhaal maken we kennis met Asterix en zijn dorpsgenoten. In Petitbonum, een Romeins legerkamp niet ver van het Gallische dorp, worden voorbereidingen getroffen om het geheim van de onoverwinnelijke Galliërs te leren kennen.
Op een van de wandeltochten door het bos, bevrijden Asterix en Obelix Caliguliminix, die in feite de Romein Caligula Minus is. Door een handig manoevre kan de spion van de toverdrank drinken.

Wanneer de spion, nog steeds onder invloed van de toverdrank, ontmaskerd wordt, vlucht hij terug naar zijn kamp om verslag uit te brengen aan zijn Centurion Caius Bonus en diens secondant Marcus Sacapus. Er wordt besloten de druïde te ontvoeren, en wanneer een detachement legionnairs onder leiding van Tullius Octopus hierin slaagt, gaan de poppen aan het dansen.

In zijn zoektocht naar de druïde ontmoet Asterix een Veekoopman die hem op de hoogte brengt van de verblijfplaats van Panoramix, en die hem tevens wil binnenloodsen in het Romeinse legerkamp. Eénmaal in het kamp verneemt Asterix de ware reden achter de ontvoering van zijn druïde. De Centurion en Marcus Sacapus willen namelijk de toverdrank gebruiken om henzelf op de troon van Rome te plaatsen.

Asterix besluit deze heren een koekje van eigen deeg te geven. Hij laat zich gevangen nemen, en speelt dat hij helse pijnen heeft wanneer de beul hem klaarmaakt voor de folterbank. Panoramix die deze "marteling" niet aan kan zien, besluit de toverdrank voor de Romeinen te bereiden. De toverdrank blijkt echter een enorm sterk haargroeimiddel te zijn, dat de haren en baarden van de Romeinen meters lang maakt.

Wanneer Julius Caesar eerder toevallig het kamp bezoekt, en zijn harige soldaten aantreft, verteld Asterix hem alles over het complot. Uit dankbaarheid van Caesar worden zowel hij als de druïde vrijgelaten.