Titel (NL)
: Asterix en de koperen ketel
Volgnummer
: 8
Tekenaar
: Albert Uderzo
Schrijver
: René Goscinny
I.S.B.N.
: 9067-93020-2
Eerste druk
: 1969
Uitgeverij
: Dargaud Uitgeverij
Orig. Titel
: Astérix et chaudron
Op een dag bezoekt een Gallisch stamhoofd het dorp van onze vrienden. Zoals het protocol het voorschrijft wordt dit stamhoofd met de grootste eer ontvangen in het dorp van onze helden. Moraalelastix, want zo heet dit stamhoofd is niet erg geliefd. Hij zou heulen met de Romeinen en zou zich zelfs verrijken door het drijven van handel met de bezetter. Moraalelastix weet onze vrienden te vertellen dat Julius Caesar dringend nieuw geld nodig heeft om zijn oorlogen te financieren en daarvoor nieuwe belastigen heeft uitgeschreven. Omdat onze vrienden geen belastingen betalen dacht hij zijn geld bij hen veilig te stellen. Hij deed al zijn geld in een ketel waarin voorheen uiensoep zat en hoopte deze in bewaring te geven van het dorp van onze vrienden.

Die avond wordt er een feest gegeven ter ere van Mooraalelastix en Asterix krijgt de opdracht de ketel met de sestertiën te bewaken. Die nacht echter wordt er bij hem ingebroken en het geld wordt gestolen. Asterix brengt aldus schande over het dorp en wordt verbannen zolang hij er niet voor zorgt dat het geld terecht komt.
Asterix verlaat het dorp samen met Obelix die zijn vriend door dik en dun steunt. Samen gaan ze naar het Romeinse legerkamp Petitbonum omdat ze vermoeden dat de Romeinen het geld gestolen hebben. Ze slaan de commandant in elkaar maar merken al snel dat er geen duit in het gehele kamp te vinden is. Niet goed wetend waar ze moeten zoeken lopen ze langs het strand en zien er een nieuw restaurant. Het blijkt eigendom van de piraten die ze in de loop van de verhalen reeds veel zijn tegen gekomen. Asterix vermoedt dat het de piraten zijn die het geld hebben gestolen maar ook hier slaat hij de bal mis. Ten einde raad besluit hij dan maar te werken om het geld terug te verdienen. Maar hoe? Als bij toeval stoten ze op een konvooi handelaars die naar een plaatselijke markt trekken om hun waar te verkopen. Ze vangen snel een gros everzwijnen en hopen deze te verkopen om op die manier de ketel te vullen. Hun handelskwaliteiten zijn echter ondermaats waardoor ook dat plan grandioos mislukt. Vervolgens beproeven ze hun geluk als gladiator. Ze mollen alle tegenstand waardoor ook dit verhaal op een sisser uitloopt. Het weinige geld dat ze hebben verdient moeten ze weer uitgeven om deftig te kunnen eten en drinken.

In Condatum maken ze kennis met Eleonoradus, een acteur en leider van het lokale theatergezelschap. Hij ziet in Asterix en Obelix natuurtalenten en biedt ze een job aan als acteur. Tijdens de voorstelling, die bijgewoond wordt door de Perfect zegt Obelix zijn beroemde uitspraak "Rare Jongens, die Romeinen" waardoor ze van het podium moeten vluchten. Nog steeds raakt hun ketel niet gevuld. Net als Asterix het niet meer ziet zitten krijgt hij een gouden tip. Hij moet wedden op de paardenrennen. Ze inversteren hun laatste sestertiën bij Gokkunsfix die de inzetten zal bepalen. Natuurlijk loopt ook dit op een sisser af.

Na het handeldrijven, de gevechten, het toneel en het gokken, blijft er nog maar één alternatief over. Een bank overvallen. Ze observeren gedurende enkele dagen en nachten de plaatselijke bank en besluiten dan hun slag te slaan. Ze vallen binnen bij de bank, openen de kluis maar ontdekken alleen maar lege koffers. De belastingen van Caesar treffen blijkbaar iedereen want er is geen stuiver te vinden in de bank. Asterix weet niet meer wat doen en besluit om Moraalelastix de waarheid te gaan vertellen en zo de eer van het dorp veilig te stellen, dit ten koste van zijn permanente verbanning.
Samen met Asterix gaat hij op weg en als bij toeval stoten ze op de Romeinse belastingscontroleur. Ze legen zijn schatkist en doen een opzienbarende ontdekking. Het geld uit de schatkist ruikt naar uiensoep. Er is maar één conclusie mogelijk; dit geld en het gestolen geld zijn hetzelfde. Asterix kan alleen maar vaststellen dat het Gallische stamhoofd zijn eigen geld heeft gestolen om braaf zijn belastingen te betalen in de wetenschap dat Asterix er alles aan zou doen om het ontvreemde geld terug te bezorgen. Zo zou hij de Romeinen te vriend houden en toch zijn geld veilig stellen. Er ontstaat een handgemeen tussen de kleine Galliër en het stamhoofd waarbij het geld van een klif valt. Zo krijgt Moraalelastix wat hij verdient en kunnnen Asterix en Obelix met opgeheven hoofd terugkeren naar hun dorp, vrij van enige schande.