Titel (NL)
: De lauwerkrans van Caesar
Volgnummer
: 17
Tekenaar
: Albert Uderzo
Schrijver
: René Goscinny
I.S.B.N.
: 9067-93029-6
Eerste druk
: 1972
Uitgeverij
: Dargaud Uitgeverij
Orig. Titel
: Les lauriers de César
Asterix en Obelix escorteren hun stamhoofd en diens vrouw naar Lutetia. Ze gaan er op bezoek bij Homeopatix, de broer van Bellefleur en diens vrouw Galantarrine. Het is al snel duidelijk dat Homeopatix en Abraracourcix elkaar niet kunnen luchten. Homeopatix is rijk geworden in de handel en laat geen poging voorbij gaan om dit zijn schoonbroer aan te wrijven. Abraracourcix van zijn kant is stamhoofd en gebruikt dit als tegengewicht in de conversaties.

Tijdens het diner zoekt het stamhoofd zijn heil in de wijn. Hij kan het gepoch niet meer aanhoren en doet een uitspraak die kan tellen. Hij biedt zijn schoonbroer een etentje aan in zijn dorp. Een ragoût die gekruid zal worden met de lauwerkrans van Caesar. Een gerecht dat met geen geld van de wereld kan gekocht worden. Vanzelfsprekend neemt Homeopatix de weddenschap aan, want ook hij weet dat zoiets quasi onmogelijk te realiseren is.

Zo vinden we dus Asterix en Obelix terug in Rome; op zoek naar een mogelijkheid om de lauwerkrans te bemachtigen. Ze bestuderen het paleis van Caesar en als ze Snertses, een slaaf van Caesar vrij het paleis zien in- en uit wandelen, krijgt Asterix een idee. Hij ondervraagt de slaaf en zo komt hij te weten dat Caesar zijn slaven enkel koopt bij Tifanus. Ze bieden hen bij deze koopman aan, in de hoop dat ze door de Romeinse Keizer worden gekocht waardoor ze vrij in het paleis kunnen rondlopen.
Het duurt dan ook niet lang op ze worden gekocht. Helaas niet door Caesar, zoals zijzelf denken, maar door Claudius Capsonus, een Romeins edelman die wil pochen met zijn aankoop. Ze zitten nu dus wel echt in de penarie.

Asterix en Obelix moeten in het paleis van Caesar geraken. Dit wil zeggen dat ze terug aan Tifanus moeten aangeboden worden. Ze doen er alles aan om terug verkocht te worden. De vieren 's nachts feest en bereiden een soep die zo slecht zou moeten zijn dat ze wel uit het huis gezet moeten worden. Het draait anders uit. De meesters des huizes vieren mee en als de zoon van Capsonus, die een notoire zuipschuit is, onmiddellijk nuchter wordt na het drinken van de soep zijn ze nog belangrijker geworden voor deze familie. Dit zeer tegen de zin van Exsloverus, de huismeester die tevens ook een slaaf is. Exsloverus voelt zich verstoten en doet er alles aan om zich van Asterix en Obelix te ontdoen. Als Capsonus de beide Galliers op missie stuurt naar het paleis van Caesar, ziet Exsloverus zijn kans. Hij vertelt de paleiswacht dat Asterix en Obelix de veldheer komen vermoorden. Ze worden onmiddellijk gearresteerd en omdat ze opgesloten worden in de kerkers van het paleis laat Asterix begaan. Ze zijn nu immers in het paleis en kunnen 's nachts ongestoord zoeken naar de lauwerkrans. Het paleis is echter zo immens groot dat ze de lauwerkrans niet vinden. Samen met hun advocaat Tiberius Codecivilus komen ze erachter dat Caesar op de volgende spelen aanwezig zal zijn en dat hij dan zijn lauwerkrans zal dragen. Ze laten hen dus veroordelen tot het circus maar ook dit draait op een sisser uit. Caesar is niet aanwezig.

De vrienden ontsnappen en besluiten huiswaarts te keren, maar dan komen ze Exsoverus tegen. Hij weet hen te vertellen dat hij de eer krijgt om tijdens de intocht van Caesar de lauwerkrans boven het hoofd van de Keizer te houden. Asterix kan de slaaf overtuigen om de krans in te ruilen voor een andere waardoor hun missie zal slagen. Ze moeten enkel beloven om nooit meer in zijn vaarwater te komen.