|
Willy
Vandersteen heeft steeds belangstelling gehad voor het avontuur: dat daar ook ridders hun plaats
in opeisten, zal wel niemand verwonderen. Zeker niet voor een rasverteller als hij. De duistere
middeleeuwen boden zonder meer voldoende stof voor spannende avonturen. En hij kon er morele
waarden, zoals het zwaard in dienst van armen en verdrukten, mooi in verwerken.
In 1945 tekende hij z'n eerste ridder. Lancelot zag het levenslicht in het weekblad Bravo. De
koene ridder was evenwel geen lang leven beschoren. In de loop van 1946 legde hij er het bijltje
(en het zwaard) bij neer. Het was een kolderverhaal in de typische sprookjessfeer die
Vandersteen zo meesterlijk wist te evoceren.
Ondertussen gaf Tony Herbert, de hoofdredacteur van N.V. De gids, een nieuwe start aan het familieweekblad
Ons Volk. Hij vroeg Vandersteen een realistisch avonturenverhaal te tekenen. Vandersteen was
vrij in de keuze van het onderwerp. Hij koos voor een ridderstrip. Dat werd Ridder Gloriant.
Ridder Gloriant moest duidelijk een tegenhanger worden van Lancelot, maar het werd voor Vandersteen
een moeilijke klus. Tot op dat moment waren humor en gags de sterkste punten van Vandersteen.
Sterker dan z'n tekenwerk. Ridder Gloriant werd dan ook geen succes, ook al omdat Willy Vandersteen
duidelijk moeite had met de realistische stijl. De verhalen van Ridder Gloriant eindigde in Ons
Volkske op 14 maart 1946.
In november 1959 verscheen in De Standaard een nieuwe serie van de hand van Willy Vandersteen,
een ridderstrip met als serietitel De Rode Ridder.
De start van deze serie was nauw verbonden met de jeugdschrijver Leopold Vermeiren. Die had de
figuur van Johan, de Rode Ridder, ontworpen voor het jeugdblad De Kleine Zondagsvriend. Het waren
korte verhaaltjes die door Paul Ausloos geïllustreerd werden. Diezelfde Ausloos stelde in 1954
voor om die korte verhaaltjes te bundelen in boekvorm. Leopold Vermeiren was het er mee eens
en De Rode Ridderboeken begonnen regelmatig te verschijnen bij uitgeverij Sheed & Ward in Antwerpen.
Toen die uitgeverij in de problemen kwam, werd ze door de pas opgerichte uitgeverij De Zuid-Nederlandse
overgenomen. In de overname zaten ook De Rode Ridderboeken. De toenmalige illustrator Karel Verschuere
bracht Leopold Vermeiren in contact met Willy Vandersteen. Dat zou de start betekenen van de
stripserie De Rode Ridder.
Vandersteen zette de eerste schetsen op papoer en schreef zelf ook de scenario's. Leopold Vermeiren
wilde dat liever niet doen, omdat hij ook inspecteur in het lager onderwijs was. En strips en
onderwijs waren toen nog geen beste maatjes. Aangezien Karel Verschuere het personage reeds had
getekend voor de verhalen van Leopold Vermeiren, werd hij door Vandersteen bij het project betrokken.
Het eerste verhaal, Het Gebroken Zwaard, was op 27 oktober 1959 klaar voor publicatie. Tegen
Kerstmis 1959 verscheen het verhaal in album.
Na Karel Verschuere nam in 1963 Frank Sels het inktwerk over. Hij zou dat blijven doen tot in
1966. De serie was nog niet zo oud en toch hadden er al heel wat tekenaars aan meegewerkt. In
1966 kwam Karel
Biddeloo naar Studio Vandersteen. En dat zou van grote betekenis zijn voor de serie, want onder
diens impuls zo de Rode Ridder uitgroeien tot één van de topreeksen van de Standaard Uitgeverij.
Bij het overlijden van Biddeloo in 2004, wordt het tekenwerk voor het eerst uit handen van een
Belg gegeven. De Duitser Claus
Scholz zal de tekeningen voor zijn rekening nemen terwijl
Martin
Lodewijk, jawel, een Nederlander, de scenario's zal schrijven.
|