|
In 1937 vraagt Paul Dupuis aan Robert
Velter, kortweg Rob-Vel om een nieuw centraal personage te tekenen voor een nieuw op te
richten tijdschrift : Spirou (Robbedoes in het Nederlands). De naam werd door Dupuis zelf bedacht
en unaniem geaccepteerd. Spirou is het waalse woord voor eekhoorn en wordt ook wel eens gebruikt
om een actieve jonge kerel aan te duiden.
In 1943 vertrouwt Rob-Vel zijn personage toe aan de uitgeverij Dupuis, die Robbedoes toewijzen
aan Joseph
Gillain. Gillain of beter gezegd Jijé
is slechts een interimtekenaar voor Robbedoes. Hij zal het tekenen van Robbedoes tot aan de
bevrijding van ons land op zich nemen, waarna hij zich zal bezighouden met het begeleiden van
nieuw opkomend talent. Door het hoge productietempo is Jijé blij dat hij zijn werk kan verdelen
tussen de talenten van Franquin,
Paape, Morris
en Will. Charles Dupuis installeert hun tekentafel in Brussel waar later de zogenaamde "School
van Marcinelle" zal ontstaan. Jijé leeft om te reizen en vertrekt al snel naar de Verenigde
Staten samen met Morris en Franquin. Deze laatste zal echter snel naar België terugkeren om
het personage van Robbedoes over te nemen.
Franquin neemt dus het personage over een gaandeweg - hij zal Robbedoes gedurende 22 jaar tekenen
- zal hij verantwoordelijk zijn voor het imago en de geloofsbrieven dat het personage vandaag
de dag heeft. In de jaren 50 zit deze tekenaar op kruissnelheid en gaat hij Robbedoes associëren
met een ander personage. Fantasio (Kwabbernoot in het Nederlands) is geboren. In 1957 laat
Franquin ons kennismaken met zijn nieuwe stripreeks Guust Flater. Om zich volledig te kunnen
richten om zijn nieuwe creatie werkt hij voor Robbedoes vooral samen met Roba, Greg en Delporte
om tenslotte in 1968 deze reeks volledig over te laten aan
Jean-Claude Fournier.
Fournier
erft de reeks en zal de volgende tien jaar instaan voor Robbedoes en Kwabbernoot. De tekeningen
worden steeds realistischer en het is ook tijdens de Fournier-jaren dat de Marsupilami van het
toneel verdwijnt. Later zal er een aparte reeks aan dit diertje gewijdt worden. In 1979 vraagt
Dupuis om de productie op te voeren, maar net dit fenomeen zorgt ervoor dat Fournier de reeks
opgeeft.
De uitgeverij moet dus op zoek naar nieuwe tekenaars en vindt die in de personen van Nic en
Raoul
Cauvin. Voor het eerst in meer dan 40 jaar zullen de scenario's en tekeningen van Robbedoes
niet meer door één persoon worden uitgevoerd. Deze combinatie zal het echter maar drie verhalen
volhouden want al in 1983 stoppen ze ermee. Dupuis gaat weerom op zoek naar een opvolger voor
de reeks en verschillende candidaten. Helaas zonder resultaat; tot er twee andere medewerkers
ten tonele verschijnen.
Tome
en Janry
nemen de reeks over en introduceren een nieuwe stripreeks: "De Kleine Robbe" en tot op heden. Helaas
laten de hierdoor de reeks der reeksen aan hun lot over en weerom worden opvolgers gezocht.
In 2004 is het dan eindelijk zover. "Parijs onder de Seine", het 47ste album verschijnt en wordt
getekend door José-Louis Munuera naar een scenario van Jean-David Morvan. De tekeningen worden
nog realistischer maar er is één constante. Het leesplezier blijft behouden.
|