|
Robert en Bertrand, helden uit de populaire vervolgromand in de beginjaren van de twintigste
eeuw, danken hun ontstaan aan het toneel. Het toneelstuk "l'auberge des Adrets', geschreven
door het driemanschap Antier, St. Amand en Paulyarthe, werd in 1823 in de Ambiguschouwburg te
Parijs opgevoerd. De twee vagebonden werden er als weinig stichtelijke boeven voorgesteld en
het stuk dankte zijn succes aan het acteurstalen van Frederic Lemaire.
In 1934 schreef de acteur zelf een nieuw toneelstuk: "Robert Macaire", dat werd opgevoerd in
de Folies - Dramatiques, maar hij herschiep zijn helden in sympathieke vagebonden, die op
schalkse wijze boosaardige rijke lieden bedrogen en geld aftroggelden. Als zodanig werden zij
ook door de karikaturist Daumier vereeuwigd.
Begin 1900 bewerkte in België Raf Verhulst onder het pseudoniem Koen Ravenstein Robert en
Bertrand. Deze vervolgroman, later in boekvorm uitgegeven, verscheen ook in Nederland te Breda.
Willy
Vandersteen moet zowat twaalf jaar geweest zijn ten hij dat lijvige boek voor het eerst
in handen kreeg. Hij verslond het boek en kon het niet laten om voor zijn kameraden nieuwe
avonturen van de lustige vagebonden te verzinnen. Jeugdsentiment heeft het smeulende vuur weer
doen oplaaien, want Vandersteen kon de drang niet weerstaan om dit sympathieke duo zijn plaats
te geven in de galerij der populaire striphelden.
Joeki, het steeds in nood verkerende prinsje uit Moldavië, die door Robert en Bertrand beschermd
wordt, werd getekend naar een gipsen borstbeeld dat Vandersteens vader van hem maakte toen hij
ongeveer dezelfde leeftijd had.
De avonturen van Robert en Bertrand spelen zich af in de 19de eeuw, en in hun strijd tegen
alle onrecht zijn zij bestemd voor hen die vrijheidsdrang en ongebondenheid in zich nog niet
hebben laten doden.
|