|
Als jonge auteur droomde Willy
Vandersteen van de creatie van een vervolgstrip die elke dag als feuilleton in de krant zou verschijnen.
Een concept dat in Europa nauwelijks bekend was, maar al decennia lang in de Verenigde Staten
succes oogstte.
In het najaar van 1944 mocht Vandersteen door bemiddeling van een oude kennis een stripproject
voorstellen aan de directie van N.V. De Standaard. Vandersteen had er enkele maanden aan gewerkt,
volgens de legende bij een miezerig lampje, want er was constant gevaar voor bombardementen.
De directie van De Standaard besprak het project en liet het o.a. lezen door haar medewerker
Marc
Sleen. Op 30 maart 1945 was het zover: de eerste strook van De avonturen van Rikki en Wiske
verscheen in de krant De Nieuwe Standaard. In dit verhaal trekken Tante Sidonie, Wiske en haar
grote broer Rikki op avontuur naar Chokowakije. De avonturen van Rikki en Wiske verscheen als
album in 1946.
Vandersteen was niet echt tevreden over zijn creatie Rikki en in het begin van het tweede verhaal
Op het Eiland Amoras verdween deze figuur van het toneel.
Vandersteen introduceerde wel nieuwe personages die mee de basis zullen vormen van het succes:
Professor Barabas, Sus Antigoon en vooral de jonge Suske. De avonturen van Suske en Wiske oogstten
onmiddellijk succes.
Een succes dat trouwens nog groeide door de komst van loodgieter/detective Lambik in het derde
verhaal De Sprietatoom. De ongedwongen losbol Lambik, met soms een gouden hart en meestal een
moeilijk karakter, werd haast meteen het populairste personage van de reeks.
In 1947 verschijnt Op het Eiland Amoras als eerste Suske en Wiske-album. Met de felrode kaften
en de stevige witte letters voor serie en titel koos Vandersteen voor een opvallend albumconcept
dat reeds meer dan 50 jaar diverse generaties bekoort. Het binnenwerk van deze albums werd gedrukt
in rood en blauw. Deze antikwarische albums zijn ondertussen begeerde verzamelobjecten. Sommige
zeer zeldzame exemplaren werden geveild aan meer dan 2.500 Euro).
Sinds 1967 verschijnen de nieuwe albums in kleur (De Poenschepper nr. 67). De oudere verhalen
werden in de daaropvolgende jaren ook ingekleurd en in de reeks na nr. 67 opgenomen.
Jerom verschijnt pas veel later in de serie, namelijk in 1953 bij de publicatie van De Dolle
Musketiers. Zijn optreden choqueerde in het begin een deel van de lezers. Anderen waren dan
weer dadelijk fan van deze sobere, eerlijke krachtpatser die blijk gaf van een grote dosis
droge humor. Superboef Krimson belaagt onze helden voor de eerste keer in Het Rijmende Paard (1962).
Een belangrijke periode voor het oeuvre van Willy Vandersteen waren de jaren 1948-1959. Toen
werkte hij voor het weekblad Tintin. Dat weekblad zocht in de eerste plaats naar een aantrekkelijke
Vlaamse reeks voor haar Vlaamse uitgave Kuifje. Hergé
de auteur van Kuifje, zag mogelijkheden in Suske en Wiske maar vond dat de serie wat minder volks
moest worden om te kunnen verschijnen in een blad als Kuifje. Vandersteen hield rekening met
de wensen van Hergé en tekende speciaal voor Kuifje een aantal exclusieve verhalen. In deze
reeks kreeg Wiske een deftig haarkapsel en wordt Lambik wat heldhaftiger en scherpzinniger.
Professor Barabas, Tante Sidonie en Jerom kregen geen plaats in deze verhalen. Omdat Vandersteen
met deze verhalen niet meer gebonden was aan een dagpublicatie, besteedde hij meer aandacht aan
de structuur van de scenario's en het tekenwerk. De acht verhalen die Vandersteen voor Kuifje
tekende, worden tot zijn beste werk gerekend, met gereputeerde albums als Het Spaanse Spook,
De Schat van Beersel en De Bronzen Sleutel. Een aantal van deze verhalen verscheen in kleur in
een aparte reeks met een blauwe in plaats van rode kaftkleur. Daarom spreken stripfans van de
Blauwe Reeks. Deze albums zijn vrij zeldzaam en halen nu zeer hoge prijzen.
Paul
Geerts werd door Willy Vandersteen als zijn opvolger aangeduid. Willy Vandersteen had het volste
vertrouwen in het talent en de werkkracht van zijn belangrijkste medewerker die sinds 1968 in
dienst was bij Studio Vandersteen. In 1972 droeg Willy Vandersteen de verantwoordelijkheid voor
de serie Suske en Wiske over aan Paul Geerts. Zo kon Vandersteen zich concentreren op Robert en
Bertrand, zijn nieuwste creatie.
Nu, meer dan 25 jaar later werkt Paul Geerts met zijn medewerkers, in Studio Vandersteen in
Heide-Kalmthout, elke dag aan nieuwe verhalen. 50 Jaar Suske en Wiske werd gevierd in 1995 en
in 1996 verscheen het 250ste album. Na het pensioen van Geerts werd de serie overgenomen door
Marc
Verhaegen en zo is de opvolging weer voor enkele jaartjes verzekerd.
|