2. De gouden Sfinx

Titel in originele taal: Le Sphinx d'or
ISBN-nummer: 9030-33003-1
Eerste druk: 1956
Uitgeverij: Uitgeverij Casterman
Tekenaar: Jacques Martin
Scenarist: Jacques Martin
In dit tweede deel zien we Alex terug in zijn geliefde Gallië, waar hij op zoek gaat naar zijn dorp, het dorp waar zijn vader Astorix stamhoofd was. In het dorp aangekomen merkt hij dat er tweedracht heerst. Een gedeelte van de mannen die onder de invloedsfeer van Ansila en Alderik verkeren, willen ten strijde trekken tegen de Romeinse troepen die het Alesia van Vercingetorix belegeren. De andere zijde, onder leiding van Vanik zoeken heil in een meer vreedzame oplossing. Wanneer Alex zijn functie als stamhoofd opeist, kiest hij voor het kamp van Vanik maar hij wordt al snel door zijn nieuwe vijanden verraden. Hij wordt door door de troepen van Caesar gevangen genomen en deze laatste vraagt om op geheime missie naar Egypte te vertrekken. In ruil zal Caesar gedurende de hele periode zijn dorp beschermen.

Alex reist onmiddelijk af naar Alexandria, en gaat op zoek naar iemand die hem informatie kan bezorgen over Efaoud. Dat woord stond namelijk gekrast in een klein gouden sfinxbeeldje dat Caesar hem in Gallië had laten zien. Al snel maakt Alex kennis met Josah, een koopman die identieke beeldjes lijkt te verkopen. En dan beginnen te problemen pas echt. Sinds hij informatie ingewonnen heeft over Efaoud, wordt hij door allerlei ongure typetjes gevolgd. Wanneer Alex op het punt staat om overvallen te worden door de bende van Karon en Imar, grijpt de jonge Enak in. Alex maakt voor het eerst kennis met zijn nieuwe jonge vriend die hem verteld dat hij door de koopman werd gezonden om een oogje in het zeil te houden. In een poging om de bende te misleiden, blijft Enak achter, en wordt hij gevangen genomen, en voor dood in de Nijl geworpen. Alex die dit alles niet heeft gemerkt, trekt er dadelijk op uit op zijn nieuwe vriend te zoeken. Hij breekt in in de villa van Karon en ondekt er allerlei informatie aangaande Efaoud, maar helaas geen spoor van de jonge Egyptenaar. Wanneer Alex ontdenkt wordt, zoekt hij heil in de vlucht en keert hij terug naar het huis van Josah, waar hem een aangename verrassing wacht: Enak.

Karon voelt dat Alex een bedreiging vormt, en vraagt hulp aan Ammon, een hoogwaardigheidsbekleder aan het hof. Deze staat op het punt om toe te stemmen, als het gesprek wordt opgevangen door Romula en Senoris. Senoris is de hoofdman van de koninklijke boogschutters en dus een zeer belangrijk man. Hij wijst Ammon terecht en hierdoor zal deze partij kiezen tegen Romula en Alex. De Egyptenaar wil neutraal blijven, maar wanneer Karon en zijn gezellen wordt ontsingeld maar op Ammon na, kunnen ze allemaal via een geheime gang ontsnappen.

Alex kan nu niet anders meer, en licht Senoris in over zijn opdracht, het beeldje van de Gouden Sfinx, de tempel van Efaoud, enz... Ze besluiten om Alex op pad te sturen op zoek naar de bewuste tempel, met in zijn spoor de troepen van Senoris. Na enkele dagreizen heeft Alex reeds success, maar hij wordt helaas gevangen genomen. De gouden Sfinx vraagt aan Alex om met hem samen te werken. Alex weigert natuurlijk maar moet toch instemmen wanneer blijkt dat Enak in de macht van de Sfinx is gevallen. Op deze manier komt Alex te weten wat het geheim van de gouden Sfinx eigenlijk is. Hij kan via een spiegel de troepen van Senoris seinen, zodat deze de aanval kunnen inzetten.

In het tumult dat op de aanval volgt, worden de troepen van de Sfinx onder de voet gelopen en gevangen genomen. Karon wordt in de gevechten gedood en de gouden Sfinx wordt ontmaskert. Blijkt dat hij niemand anders is dan Alex' oude vijand Arbacès, die helaas als enige kan ontkomen.