Titel (NL)
: O Alexandrië
Volgnummer
: 20
Tekenaar
: Jacques Martin
Schrijver
: Jacques Martin
I.S.B.N.
: 9030-33022-8
Eerste druk
: 1996
Uitgeverij
: Uitgeverij Casterman
Orig. Titel
: O Alexandrie
Alex en Enak worden in Egypte ontboden door hun oude vriend Senoris. Als ze ter plekke aankopen blijkt hun vriend in de gevangenis te zitten. Hij viel in ongenade bij Farao Ptolemaeus, een jong en wreed kereltje, omdat hij het zogenaamde geheim van Hatsjepsoet niet wil verklaren. Deze Harsejpsoet was een vroegere heerser van Egypte die van een bevriend volk een enorme schat kreeg. De vorst besloot in al zijn wijsheid om de schat te verstoppen. Niemand wist waar, en toen hij op het geheim doorgeef aan Senoris was deze onmiddellijk vogelvrij verklaart. Enkel het breken van zijn eed, en dus het vrijgeven van de schat kan zijn leven redden.

Alex en Enak mogen hun vriend in de gevangenis gaan bezoeken, waar hij hen het hele verhaal uit de doeken doet. Zij verdenken de Egyptenaren er echter van om ook hun gevangen te laten nemen. Het is immers niet denkbeeldig dat Senoris te einde raad het geheim aan hun heeft doorgegeven. Bij het verlaten van de gevangenis besluiten de twee vrienden om de rivier af te varen. Ze nemen hiervoor echter een gewijd bootje dat enkel hogepriesters mogen gebruikten. Heiligschennis!! Meteen hebben de Egyptenaren een excuus om Alex en Enak gevangen te nemen. Ze worden gekruisigd in de hoop dat ze het geheim, dat ze niet kennen, vertellen. Ze hebben echter geluk. Wanneer ze bijna aan het einde van hun krachten zijn, worden ze door Cleopatra, de mooie zus van de Farao, verlost. Zij denkt dat ze sneller achter het vermeende geheim komt wanneer ze Alex en Enak goed verzorgd, dan door ze te folteren.

De volgende nacht worden de twee jongens uit hun slaap gehaald door Qaâ, nog een oude bekende van Alex. Hij vraagt de jongens mee te gaan naar de bergen omdat hun leven in gevaar zou zijn. Hij brengt ze tot in de grotten bij de Bedoeïenen. Die grotten sluiten aan op de ondergrondse waterbekkens van Senoris' gevangenis, en Alex wil dan ook onmiddellijk langs deze weg zijn vriend bevrijden. Met de hulp van enkele Bedoeïenen lukt het nog ook; maar de aftocht verloopt moeizaam want Senoris is aan het einde van zijn krachten.

Als Cleopatra verneemd dat Senoris ontsnapt is, ontsteekt ze in grote woede. Ze rekende immers op die schat om haar macht uit te breiden. Zij ontbiedt een waarzegger die haar verteld waar de Alex en zijn vrienden zich bevinden. Hij vertelt eveneens dat de Koningin Alex moet sparen, daar hij alleen in staat zou zijn om de schat af te leveren. Ondertussen hebben Alex en zijn metgezellen beschutting gezocht in een oase, maar Senoris zal de zon niet meer zien ondergaan. Hij was dode opgeschreven en het onvermijdelijke gebeurt dan ook, maar net voordat hij sterft geeft hij de lokatie van de schat aan Alex. De jonge Romein gaat er dadelijk naar op zoek en als Enak het raadsel van Senoris heeft opgelost is de schat snel gevonden. De nomaden keren zich bij het zien van zoveel rijkdom echter tegen onze vrienden. Ze slaan Qaˆ neer, en gaan met het grootste deel van de schat aan de haal. Enak vindt dat de rest van de schat aan het land toebehoord en samen met Alex brengt hij de rest van de schat naar de mooie Cleopatra.

De Koningin is tevreden met wat ze aangeboden krijgt. Al is het niet de volledige schat, wat overblijft is ook nog een fortuin waard. In ieder geval hebben Alex en Enak dankzij deze geste een vrijgeleide gekregen om Egypte te verlaten en terug te keren naar het vertrouwde Rome.