Titel (NL)
: Het vervloekte eiland
Volgnummer
: 3
Tekenaar
: Jacques Martin
Schrijver
: Jacques Martin
I.S.B.N.
: 3030-33003-5
Eerste druk
: 1957
Uitgeverij
: Uitgeverij Casterman
Orig. Titel
: L'île maudite
Dit derde verhaal van Alex situeert zich ten tijde van de hoogdagen van de stad Carthago. Het verhaal begint tijdens een zitting van het stadsbestuur in het paleis van Gouverneur Grassus. Het is rumouring en de notabelen lijken door het dolle heen, tot een wacht een gezant van Caesar aankondigd. Het blijkt niemand minder dan Alex te zijn. Bij het zien van onze jeugdige vriend trakteren de Carthagers hem op een minachtende schaterlag. Alex die hieraan aanstoot neemt reageert woedend en er dreigt reeds onmiddellijk een conflict tussen de stadsgezanten en Alex. Gelukkig keert de rust dadelijk terug wanneer Segabal, een lid van het bestuur het woord neemt om de gemoederen te bedaren. Wat niemand echter zag was dat Segabal aangemaand werd door iemand anders om de menigte tot kalmte op te roepen. In ieder geval komt het Alex goed uit en het geeft hem de tijd om met de Gouverneur over Carthago te spreken.

Uit het gesprek blijkt dat er zich in Carthago vreemde dingen afspelen. Zo werd er een oude geleerde uit zijn huis ontvoerd en werden de achtervolgers op een wrede manier om het leven gebracht. De ontvoerders konden ondanks een intense klopjacht de haven bereiken waar een Grieks schip hen opwachtte. Ondanks de overmacht die de achtervolgers hadden, werden ze door een verblindend licht vanaf het schip van de kaart geveegd.
Zelfs schepen die het Griekse schip in de haven wilde blokkeren ondergingen hetzelfde lot en zonken. Het enige aanknopingspunt dat Gouverneur Grassus en Alex hebben is een zwarte olieachtige substantie die op het lichaam van overlevende matrozen werd gevonden. De volgende morgen laat Alex een val opzetten en zoals verwacht loopt één van de mysterieuze belagers er in. Het is Segabal die het op een lopen zet wanneer hij merkt dat hij werd ontmaskerd. Hij kan na een dolle ren door de stad ontsnappen dankzij de hulp van een acteur die uit dankbaarheid meegenomen wordt naar Galo, Segabals medestander. Alex is hen gevolgd en probeert het gesprek af te luisteren. Hij wordt echter ontdekt en gebonden in het water geworden. Hij zou verloren geweest zijn als toevallig voorbij varende vissers hem niet uit het water hadden gehaald.

De volgende ochtend, wanneer Alex ontwaakt doet hij zijn relaas aan Grassus, die onmiddellijk met enkele soldaten naar Galo gaat om Segabal op heterdaad te betrappen. Deze zit echter verscholen in een geheime gang, maar wordt toch door Alex gespot. Tijdens het tumult dat hierop volgt brand het huis van Galo helemaal af. Ze zijn ontsnapt.

Tijdens een wandeling met zijn hond ontdekt Enak als bij toeval heel de bende in een grot aan het strand, wachtend op de vloed om uit te varen. Enak herkent vrijwel onmiddellijk Arbacès de Griek. Wellicht was hij de acteur die Segabal hielp ontsnappen. Enak wordt gevat maar Alex ziet alles maar besluit toch om niet in te grijpen. Hij wil het juiste moment afwachten. Bj het ochtendgloren treden Alex en zijn vrienden in actie. Enak wordt bevrijdt en Segabal wordt gevat.
Alex zet de klopjacht in. Hij scheept in in een speciaal geprepareerde galei samen met Vitella, een romeins officier die aan Alex werd toegewezen voor de duur van deze opdracht. Hij neemt ook Segabal mee als gids. De reis verloopt voorspoedig tot er een storm opsteekt. Het schip vergaat en enkel Alex, Enak en Vitella overleven de ramp.
Samen spoelen ze aan op het strand van een onbekend eiland. In een verkenningstocht van het eiland maken onze vrienden kennis met de bewoners van het eiland. Het blijken afstammelingen te zijn van de Egyptische Farao''s. Alex en zijn vrienden worden vriendelijk onthaald en Hatmes, de hoofdman, vertelt over hun geschiedenis en de oorlog met de Phoeniciërs. Hij vertelt dat de Phoeniciërs onder leiding van de "zwarte man" hen proberen uit te roeien. Het verhaal wordt echter onderbroken wanneer de wachtposten naderende Phoenitische schepen waarneemt. Als de Phoeniciërs uitschepen zijn alle Egyptenaren in de grotten verscholen, maar door een ongelukkig toeval ontdekken ze Enak en Vitella die genoodzaakt zijn om een gevecht aan te gaan met de soldaten.

Alex bedenkt een list om het de Phoeniciërs moeilijk te maken. Hij besluit dat Vitella zich moet voordoen als een hoogwaardigheidsbekleder met een speciale missie of zo het geheim van de Phoeniciërs te weten te komen. Al snel heeft Vitella het vertrouwen gewonnen van Kapitein Milio en via deze weg komt hij erachter dat de Phoenitische schepen voortgedreven worden op machines met drijfkracht. Terwijl het schip terugkeert naar haar thuishaven, komen Alex en Enak aan de andere kant van het eiland aan wal. Hij treft er onverwacht enkele afvallige Phoeniciërs aan die onder leiding van de ruige Apollohun zijde kiest. Inmiddels is Vitella samen met Milio aangekomen in het paleis, en de eerste persoon aan wie ze verantwoording moeten afleggen blijkt Arbacès te zijn. Hij wil beide mannen straffen, maar wanneer Sardon, de zwarte man, ten tonele verschijnt gebiedt deze anders, en ondervraagt Vitella. Deze kan Sardon overtuigen en wordt onmiddellijk als bondgenoot aanschouwt. De volgende morgen krijgt de romein een rondleiding en krijgt zo informatie over de nieuwste uitvindingen, zoals het glas, zonnespiegels, veren, schroeven, en... de werpmachine van de dood.

Ondertussen slagen Alex en zijn vrienden erin om ongemerkt de stad in te sluipen, en dankzij hun uniformen geraken ze zelfs tot in het wapendepot waar ze ongemerkt enkele projectielen kunnen stelen en de werpmachine van de dood kunnen ontschadelijk maken. In hun vlucht worden ze echter ontdekt maar ze kunnen toch uit de handen van de Phoeniciërs blijven en naar de bergen vluchten. Daar ontsteken ze een enorm vuur dat het sein moet zijn voor de Egyptenaren op het andere eiland om tot de aanval over te gaan. Ondertussen raken Alex en zijn metgezellen via het aquaduct terug ongezien in de stad om de gevangen genomen Enak te bevrijden.
Vitella is er ondertussen achtergekomen dat zijn verhaal niet geloofd werd en kan ontsnappen naar het ondertussen aangekomen schip van de Egyptenaren.
Enak wacht ondertussen op zijn terechtstelling. Hij zal levend verbrand worden en Alex staat klaar om in te grijpen. Als Enak op het punt staat om door de beul terechtgesteld te worden, komt Alex in actie en kan hij zijn jonge vriend redden. Arbacès en Sardon schreeuwen om wraak, maar net op dat moment wordt het eiland geteisterd door een enorme aardbeving die het volledige eiland van de kaart veegt. De verliezen zijn enorm Arbac`s, Sardon en alle Phoeniciërs komen om het leven. Enkel Alex, Enak, Vitella en Apollo overleven en kunnen worden opgepikt door een schip opweg naar Carthago.