Titel (NL)
: Asterix en de Intrigant
Volgnummer
: 13
Tekenaar
: Albert Uderzo
Schrijver
: René Goscinny
I.S.B.N.
: 9067-93025-3
Eerste druk
: 1970
Uitgeverij
: Dargaud Uitgeverij
Orig. Titel
: La zizanie
Caesar zit in de problemen in de Senaat. Hij zoekt naar nieuw geld om zijn oorlogen te betalen maar de andere Senatoren willen geen geld geven zolang het Gallische dorp niet is overwonnen. Hij moet dus op zoek gaan naar iets nieuws en krijgt de raad om een ruziestoker, een intrigant, naar het dorp te sturen. Als het dorp verdeeld is zijn ze immers makkelijker te verslaan. Hij stuurt Cassius Catastrofus naar Gallië waar hij in het legerkamp Aquarium zijn missie kan voorbereiden. Hij legt zijn strategie van psychologische oorlogsvoering uit aan Aerobus, de bevelhebber van het kamp en dan wordt het plan uitgevoerd.

Catastrofus begeeft zich met een prachtige vaas naar het dorp om ze af te geven aan de belangrijkste man van het dorp. Als hij de vaas aan Asterix geeft voelt het stamhoofd zich benadeeld, in die mate zelfs dat Asterix van collaboratie wordt beschuldigd. Dit gevoel wordt nog versterkt wanneer de Romein terugkeert naar het dorp en laat uitschijnen dat hij bij Asterix heeft gegeten. De roddels kunnen nu beginnen en kwade tongen beweren zelfs dat Asterix het geheim van de toverdrank aan de Romeinen heeft verkocht.

Dit is net de roddel die Catastrofus nodig heeft. Hij gaat samen met de domme Iqunullius in een hinderlaag liggen en wacht tot Nestorix, de dorpsoudste langskomt. Nestorix wordt neergeslagen en ze laten een Romeinse helm langs hem liggen. Dit is het ultieme bewijs dat de Romeinen de toverdrank hebben want een Romein die niet onder invloed van de drank is zou nooit een Galliër durven aanvallen, zelfs niet de oudste van het dorp.
Kostunrix en de smid worden uitgestuurd om de Romeinen te bespieden. Ondertussen heeft Catastrofus een ketel laten aanrukken. Hij doet alsof er toverdrank inzit en deelt deze drank uit aan de soldaten. Net op het moment dat de beide verspieders over de muur piepen zien ze hoe een kleine legionnair de reus Iqunullius neer slaat. Dit zou onmogelijk zijn als hij geen toverdrank had gehad. Ze weten echter niet dat het schouwspel opgezet spel was. De Galliërs haasten zich met het ultieme bewijs terug naar het dorp. Asterix en de druïde proberen hen nog te overtuigen maar dit lukt niet. Ze besluiten hun dorpsgenoten dan maar een koekje van eigen deeg te geven en stelen de Romeinse toverdrank om ze aan hun dorpsgenoten te geven. Ze zullen hun echter moeten haasten want de Romeinen trekken naar het hulpeloze dorp om het eindelijk te kunnen veroveren.

Als Panoramix, Obelix en Asterix in het dorp aankopen wordt snel duidelijk dat de drank nep is. De overige dorpsbewoners moeten uit schaamte hun excuses aanbieden en Panoramix kan nu de echte toverdrank brouwen. Hij moet zich wel haasten want de Romeinse legioenen hebben de aanval op het dorp ingezet. Gelukkig zijn er Asterix en Obelix om de soldaten tegen te houden tot de rest van het dorp van de toverdrank heeft gedronken. Het is dus geen geheim dat ook nu weer de Romeinen aan het kortste eind zullen trekken en verslagen worden. De Galliërs stappen naar Catastrofus en doen alsof alles op voorhand afgesproken was waardoor Aerobus hem verantwoordelijk acht voor de nederlaag.