Op een van hun tochten door de prairie komen Andy en Bessy bij een rivier waar een beverfamilie zich heeft gevestigd. Bessy is natuurlijk heel nieuwsgierig en hoopt zoals steeds nieuwe vriendjes te maken. Ze weten niet dat ze zich in het gebied van een indianenstam bevinden die de bever als een heilig dier beschouwen. Ze beseffen ook niet dat hun handel en wandel wordt gadegeslagen door twee indianenkinderen die al heel snel hun stam op de hoogte brengen van de aanwezigheid van de blanke man en zijn hond.
Dan vindt Andy een lege beverval en dat is voor Andy het signaal om op te passen want dit wil zeggen dat er stropers in de buurt zijn. Lang krijgt de cowboy niet om rond te kijken want plots staat hij voor drie stropers die hem weg willen hebben. Er ontstaat een handgemeen waarbij Bessy en Andy al snel de overhand krijgen. Hij jaagt de stropers weg en richt dan zijn aandacht naar één van de kooien waarin een bever om hulp zit te schreeuwen. Andy verlost het dier maar dan duiken de indianen plots op en die denken dat Andy deel uit maakt van de stropersbende. Zonder vragen te stellen vallen ze hem aan en al snel zit de jonge cowboy in het nauw. Bessy doet haar best om te helpen maar ze wordt gevangen door de indianen. Andy ziet in dat de overmacht te groot is en kan niet anders dan op de vlucht slaan. Vanop afstand ziet hij hoe ze Bessy meevoeren naar hun dorp.
Andy moet nadenken hoe hij Bessy kan bevrijden en rijdt terug vanwaar hij kwam maar staat dan terug oog in oog met de stropers die hun geweren reeds op hem gericht hebben. Hij wordt gebonden en samen rijden ze terug naar hun kamp aan de rivier. In het dorp van de indianen hebben de dorpsouderen ondertussen beslist dat Bessy de volgende ochtend aan de bevergoden moet worden geofferd. De bever die ze uit de kooi hebben gehaald is Bessy gevolgd en ziet dat het nu de hond is die in de penarie zit. Voor de bever is het een koud kunstje om aan het hout van de kooi te knagen en enkele tellen later is de hond vrij en kan de collie ook op zoek gaan naar zijn meester. De volgende ochtend ontdekken de indianen dat de collie is ontsnapt door de hulp van een bever en dan beseffen ze dat Andy en Bessy bescherming krijgen van de bevergoden en dus geen slechte bedoelingen kunnen hebben.
De bevers hebben ondertussen niet stil gezeten en hebben voorbereidingen getroffen om hun te beveiligen. Ze vernietigen een dam waardoor het water van de rivier plots vrije doorgang krijgt. Het zal niet lang duren vooraleer het kamp van de stropers onder water zal staan en ze vluchten weg terwijl ze Andy aan een boom gebonden achter laten. Hij zou verdronken zijn als de collie en de bever hem niet gevonden zouden hebben. De koorden waarmee Andy werd gebonden zijn een koud kunstje voor de bever en in een mum van tijd is hij vrij. Dan duiken de indianen op die zich verontschuldigen en Andy hulp aanbieden om de stropers achterna te zitten.
Het duurt helemaal niet lang of ze hebben de stropers in het vizier maar ze kunnen niet voorkomen dat één van de stropers een staaf dynamiet naar de dijk werpt waardoor die helemaal open scheurt. De indianen en hun paarden reageren in paniek maar Andy houdt het hoofd koel en achtervolgt de vluchtende stropers samen met nog enkele indianen. Plots roept de hoofdman der indianen de achtervolging een halt toe. De stropers bevinden zich op voor de indianen heilige grond die niet mag betreden worden. Het is een gebied vol met gevaarlijke moerassen en de hoofdman is ervan overtuigd dat de stropers dit gebied waarschijnlijk niet zullen overleven en indien ze het geluk aan hun zijde zouden hebben wellicht toch nooit meer zouden durven weerkeren. Hun bevers zijn veilig en dat is voor hen het aller belangrijkste.