Op uitnodiging van de Nederlandse Thea van Toor reist Lefranc af naar het verre Australië om er samen met enkele van haar vrienden deel te nemen aan een belangrijke regatta. met haar tweemaster genaamd "De Voyager" wil ze de 2.500 kilometer lange overtocht naar Indonesië aanvatten. Een gevaarlijke reis want onderweg moeten ze weerstaan aan moeder natuur en gevaarlijke piraten. Naast Lefranc bestaat de bemanning nog uit Jos en Wil, twee Nederlanders, de Australiër Jeff Coleman en de Molukker Mata. De eerste etappe is de oversteek van de Bandazee en hier krijgt de "Voyager" zijn vuurdoop. De meteo geeft immers een zware storm aan.
De storm neemt in alle hevigheid toe en de opvarend proberen naar de Walang-archipel te varen om er voor anker te gaan maar de storm is sneller en niet veel later zitten ze in het oog van de storm. De golven en wind zijn zo hevig dat niemand een groot stuk wrakhout in het water opmerkte. De slag is zo hevig dat Jos overboord wordt geslagen. Lefranc werpt hem een reddingsboei maar in dit weer is de man reddeloos verloren. De storm neemt indien nog mogelijk in hevigheid toe en de boot is een speelbal van de golven geworden. Iedereen kan dus enkel toekijken hoe de golven op enkele klippen wordt geslagen. De Voyager is verloren maar blijft drijven tot iedereen 's ochtends ziet dat ze in de nabijheid van een eiland gestrand zijn. Wil wordt in het water gelaten en samen zwemmen ze naar het strand. Hun vriend heeft echter dringend hulp nodig en het eiland lijkt niet bewoond te zijn.
De nacht brengt raad en iedereen is dan ook opgelucht wanneer de volgende ochtend het wrak van de Voyager wordt opgemerkt door enkele Molukse vissers. Ze kunnen iedereen meenemen naar hun dorp waar ook een dokter aanwezig zou zijn. Iedereen is bezorgd voor hun vriend die hoge koorts heeft maar de dokter blijkt een gewone verpleger en heeft niet de middelen om Wil te verzorgen. Hij stelt voor om de gewonde man over te brengen naar Lontor, een eiland op enkele uren varen. Op dat eiland beheert een Nederlands bedrijf een kopermijn en zij hebben een klein maar modern ziekenhuis.
Niemand kan op dat moment echter vermoeden dat Lontor het middelpunt is van een nakende staatsgreep. Prins Taslim, gesteund door een bende huurlingen onder leiding van Kapitein Weertman wil de jonge Sultan van Walang waartoe Lontor behoort, omver werpen. De jonge Sultan is een gevangene in zijn eigen paleis. Taslim en de zijnen wachten nog op een grote levering munitie alvorens ze hun greep naar de macht kunnen plaatsen. Het moet dan niet verwonderen dat bij hun aankomst op Lontor de hele bende wordt gearresteerd. Wil wordt naar het hospitaal gebracht en de rest wordt ondergebracht in het paleis. Zo komt Lefranc als bij toeval in contact met de jonge Sultan en tijdens een gesprek vertellen ze beiden hun verhaal. De Sultan is zich ervan bewust dat hij "een ongeval" zal krijgen van zodra de Prins zijn wapens heeft ontvangen. Hij is machteloos en kan Lefranc en zijn vrienden helaas niet helpen.
De toestand van de de vrienden is zorgwekkend maar de situatie veranderd totaal wanneer Thea een schip ziet naderen. Het schip, geladen met de wapens bestemd voor de prins, is de "Prins van Oranje" en is eigendom van haar vader. Haar vader is blijkbaar ook met zijn vliegtuig onderweg om de ontvangst van de lading in goede banen te leiden. Nu durft Weertman de groep niet meer opsluiten en mag iedereen vrij rondwandelen. Op één van die wandelingen ontdekt Lefranc een oud Japans jachtvliegtuig, nog steeds goed onderhouden en zelfs totaal bewapend. Zijn plan is even gewaagd als gedurfd. Hij zal het vliegtuig stelen en samen met de Sultan naar de Indonesische ambassadeur in de Molukken te vliegen en daar om hulp te vragen. Het plan lukt maar Lefranc heeft nog andere plannen. Met het boordgeschut en de torpedo die onder het vliegtuig hangt valt hij de "Prins van Oranje" aan waardoor het schip en de laadkaai enkele tellen later in lichterlaaie staat. De toekomst van de Sultan lijkt zo verzekerd maar het zou wel ten koste kunnen gaan van zijn vriendschap met Thea.