In dit album vinden we twee kortverhalen terug:
De Snorhoeve
Jommeke en zijn vrienden zijn weer eens de benen aan het strekken en besluiten om hun goede vriend Boer Snor en Bella, zijn musical koe nog eens op te zoeken. Na een fikse wandeling zien onze vrienden hoe er dicht bij de boerderij een grote dure villa werd opgetrokken. Het is de villa van Jean-Paul Centjens, een rijke man die in de velden van Zonnedorp is gaan wonen met slechts één bedoeling. Hij wil rust, absolute rust! Er wacht hen nog een tweede verrassing wanneer Boer Snor gestart is met een kinderboerderij waarbij kinderen uit de stad kunnen komen spelen met de dieren. Dat is dan weer niet naar de zin van Centjens die vindt dat de kinderen te veel lawaai maken, zeker wanneer Bella haar dansact uitvoert. Choko vindt het wel allemaal geweldig. Hij heeft plots zoveel nieuwe vriendjes dat hij moet gedwongen worden om met de Miekes mee naar huis te gaan. Het is al avond en hij moet nog in bad.
De volgende ochtend stellen de bewoners van Zonnedorp vast dat er heel wat dieren vrij in het dorp rondlopen en zelfs binnendringen in de huizen. Het zijn de dieren van Boer Snor. Wellicht heeft iemand moedwillig de poorten van de stallen open gezet zodat de dieren konden ontsnappen en de verdenking valt onmiddellijk op Centjens. De man ontkent maar Jommeke laat het hier niet bij. Die nacht trekt hij samen met Filiberke de wacht op bij de stallen. Diegene die de staldeuren heeft open gezet zal waarschijnlijk terugkomen. Lang moet er niet gewacht worden want tijdens de nacht ziet Jommeke hoe er licht brand in de stal. Hij kan de boosdoener op heterdaad betrappen maar dan blijkt het niemand minder dan Choco te zijn die teruggekomen is om met zijn nieuwe vriendjes te spelen. Dat heeft hij gisteren wellicht ook gedaan maar vergat dan de staldeur terug te sluiten. Eind goed, al goed, want Centjens heeft oordopjes ontdekt waardoor hij van stilte kan genieten en Boer Snor stopt met de kinderboerderij omdat de dieren het te druk vonden en stress kregen.
Drie gekke ezeltjes
Boer Snor moet naar het buitenland om naar het huwelijksfeest van zijn zuster te gaan maar hij heeft niemand die op zijn drie ezeltjes Lenny, Benny en Kenny kan passen. Natuurlijk zijn staan Jommeke en zijn bende klaar om de boer te helpen en zij beloven om op de ezeltjes te passen. Als Boer Snor na een paar dagen belt op te informeren hoe het met zijn ezels gaat, moet Jommeke toegeven dat het gras op het land waar ze grazen bijna op is. Snor heeft een oplossing en mag zijn ezels in de grote achtertuin van Professor Gobelijn laten grazen voor enkele dagen. Jommeke brengt de ezels naar de Professor maar vergeet dat ezels naast voeding ook drinken nodig hebben. De ezels vergaan van de dorst en kunnen net aan de afwasbak waar Gobelijn zijn laboratoriumspulltjes net in heeft afgewassen. De gevolgen laten niet lang op zich wachten.
Als Jommeke en zijn vrienden later terugkeren zien de ezels er helemaal anders uit. Ze hebben lange manen, kunnen kunstjes en vooral kunnen ze vliegen door hun staart heel snel als een propeller te laten draaien. Lenny is de eerste die opstijgt en natuurlijk wordt dat gezien door Anatool die hier wel een handeltje in ziet. Hij steelt de drie ezeltjes en huurt een circustent. Hij laat de ezeltjes allerlei kunstjes doen en besteelt ondertussen de aanwezige bezoekers. Gelukkig is Jommeke hem zoals steeds snel op het spoor en is ook het middeltje dat ze gedronken hadden uitgewerkt waardoor het nu drie normale ezels zijn. Boer Snor kan tevreden terugkomen om zijn nieuwe vriendin voor te stellen aan zijn vrienden en zijn ezels.