Johan is op een belangrijke missie wanneer het schip waarop hij had ingescheept in een zware storm terecht komt. Ondanks de hoge golven merkt hij iemand in het water en aarzelt niet om in zee te springen om de persoon te redden. Met enkele krachtige slagen is hij bij de persoon. Het is een jongen en dankzij de matrozen die het schip in de buurt hebben kunnen houden kan hij de jongen aan boord halen. Hij is bewusteloos en als hij bijkomt is de storm gaan liggen en ligt hij in een bed in Bartonge, wijlen burggraaf Gaston was een vriend van Johan. De jongen heet Muloc en is ongedeerd maar kan zich verder niets meer herinneren.
Plots staat Merlijn in de kamer. Ze bespreken de dood van Aethelwold en het complot tegen Koning Eduard en hoe Johan nog steeds een prijs op zijn hoofd heeft voor de moord op Egil. Johan vertelt Merlijn hoe hij ontdekte dat Egil een aanhanger was van Bahaal en hem bewust provoceerde. Merlijn geeft Johan de raad om terug te keren naar het slot van de Koning. Met deze nieuwe informatie zal hij zeker vrijgesproken worden. Maar eerst moet hij mentaal in orde zijn en dat is net de reden van de tovenaar zijn bezoek. Hij wil Johan genezen met een nieuwe en gevaarlijke behandeling.
Helaas zijn er mensen die niet willen dat Johan geneest want dan wordt hij ooit gevat en wellicht opgehangen. Ze weten ook niet dat Muloc een verrader is. Hij werkt voor Bahaal en zo weet deze dat Merlijn hulp heeft ingeroepen van Azra, een Oosterse collega met speciale gaven. Ze werd reeds opgemerkt door de spionen van de prins der duisternis en Bahaal vervangt haar door één van zijn aanhangers. Bij haar aankomst op Bartonge begint de valse magiër onmiddellijk met de "behandeling" van Johan. Terwijl Merlijn voor de deur van het vertrek waakt brengt ze hem in een diepe magische hypnose. In zijn droomwereld wordt Johan geconfronteerd met zijn vele nare herinneringen. Plots komt Muloc aangesneld. Merlijn wordt ontboden op het binnenplein want de lichamen van de echte Azra en haar begeleider werden gevonden. Merlijn beseft het gevaar waarin Johan zich bevindt en snelt terug naar de kamer waar Muloc de bedriegster reeds op de hoogte heeft gebracht. Er valt voor haar geen tijd de verliezen. Ze beveelt Muloc op zijn rol verder te spelen en teleporteert haar lichaam naar Johan's droomwereld.
In zijn droomwereld wordt Johan ondertussen geconfronteerd met de meest gruwelijke en nare taferelen. Hij ontmoet de valse Azra in zijn dromen en vertelt
haar hoe hij als jonge knaap zich liet ompraten om lid te worden van een bende vrijbuiters. De bende werd gevat door de soldaten van hertog van Bourdon en hij
was de enige die kon ontsnappen. Later zag hij hoe zijn vrienden werden opgehangen. Later werd hij ook gevangen genomen en zou zeker het zelfde lot ondergaan
ware het niet dat Jan van Horst hem uit de penarie zou halen en hem tot de ridder zou maken die hij geworden is.
Ondertussen is Merlijn met de hulp van enkele soldeniers er in geslaagd om tot bij Johan te geraken. Als de valse Azra nergens te bespeuren is begrijpt hij
wat er is gebeurd. Hij sommeert iedereen de kamer te verlaten en zal zelf zijn magische krachten aanroepen om Johan te helpen. Hij heeft echter geen rekening
gehouden met Muloc.
In zijn droom probeert Azra Johan te overtuigen om een poort binnen te stappen. Volgens haar ligt daar de oorzaak van zijn rechtvaardigheid. Johan voelt echter dat er iets niet klopt en wordt naar iets anders getrokken, wellicht door toedoen van Merlijn. Haar missie is mislukt en met een magische dolk verwond ze Johan. Merlijn merkt eveneens op dat Johans lichaam plots begint te bloeden. Hij moet hem doen ontwaken maar wordt in de rug neergeslagen door Muloc. De oude tovenaar heeft een dikke schedel en is maar heel even buiten westen. Koelbloedig prevelt hij enkele magische woorden richting Muloc die door vuur wordt verteerd. Merlijn begrijpt dat het hele drenkelingen verhaal door Bahaal werd opgezet. Merlijn heeft geen tijd meer te verliezen want Johan is nog steeds in gevaar. In zijn droom heeft Johan's belager haar ware gelaat laten zien. Het is niemand minder dan Demoniah. Zoals zo vaak moet de heks het tegen de rode ridder afleggen. Johan heeft nu de keuze. Ofwel beantwoord hij de lokroep van Merlijn om wakker te worden, ofwel gaat hij toch door de poort op zoek naar zijn verleden. Hij kiest voor het tweede. Hij is nog maar net door de poort of hij komt terecht in de periode dat hij nog een kind was. Hij ziet hoe zijn moeder net is bevallen en op haar kraambed de keel wordt overgesneden en hij deed niets. Hij heeft het begrepen. Ware moed zit in het overwinnen van angst en dus is er niets meer dat hem in zijn droomwereld moet houden. In een kreet schiet hij wakker en vertelt Merlijn zijn droom. Hij beseft dat hij sinds die dag elk onrecht wil goedmaken hij wil als het ware iedere keer zijn moeder redden en beseft wat hij moet doen. Hij moet Aegidus, zijn stiefvader en moordenaar van zijn moeder, tot verantwoording roepen. Dat zal vanaf nu zijn missie zijn.